Contact

Zeestraat 84
2518 AD The Hague
Netherlands

Other locations ›

Marcel Schuttelaar

No Regret

Over het issue voedselverspilling heb ik gemengde gevoelens. Natuurlijk is het verstandig de milieudruk terug te dringen door eten wat geteeld, verwerkt, getransporteerd, gedistribueerd en gekookt wordt daadwerkelijk op te eten. En is het bekend, dat in veel derde wereld landen verliezen in de keten makkelijk 40 procent kunnen bedragen, vooral door opslagverlies. Maar dit wisten we een halve eeuw geleden ook al. De hype over het onderwerp die hier ten lande is ontstaan, heeft een diepere oorzaak.

Even terug in de geschiedenis. Ons landje kent de traditie voedselresten zo goed mogelijk te benutten. Ik weet niet of dat nog met de Hongerwinter te maken heeft toen volgens de geschiedenisboekjes de Randstad zelfs soep maakte van tulpenbollen. Of nog eerder, zo rond de vorige eeuwwisseling, toen de uitdijende stadsbevolking vaak gips aantrof in brood, arseen in bier en slootwater in melk. In tijden van voedseltekort werd er zo creatief gebruik gemaakt van het mixen van grondstoffen en het opwaarderen ervan, dat dit tot grote gezondheidsproblemen leidde.

Uit eigen ervaring weet ik, dat ook bij ons thuis bijna niets werd weggegooid. Mijn vader had na de oorlog een kruidenierszaak die hij in de loop der jaren langzaam omtoverde in een delicatessenzaak. Bij hem kon je de mooiste levensmiddelen uit de buurt bewonderen. Om de versbeleving – ook toen al – te vergroten werd fruit aan het assortiment toegevoegd. Het ging daarbij meer om de uitstraling dan om verkoop. Elk weekend werden dus de restanten mee naar huis genomen. Het moge duidelijk zijn dat aan de appels en peren duidelijk te zien was dat ze al een weekje gelegen hadden, maar volgens mijn vader was er niets mis met fruit met een bruin plekje. Gewoon doormidden snijden en goed schillen. De meeste appels en peren bleken echter ook bruin van binnen te zijn, waaraan ik een paar decennia lang een stevige weerzin tegen het kopen van fruit heb overgehouden.

Eten weggooien past ook niet in het calvinistische Nederland. Als kind werd je er steevast aan herinnerd dat kinderen in Afrika onze restjes heel graag zouden willen opeten. Dat soort tradities, gekoppeld aan onze enorme kennis op het gebied van agro en food, heeft er toe geleid dat we ons tot een van de meest efficiënte voedselproductielanden hebben ontwikkeld. Onze veevoedersector slaagt erin, deels voor ons mensen, niet-consumeerbare grondstoffen te verwaarden tot dierlijke voeding. Daarbij is niets gek genoeg. Ik heb wel eens een discussie in een commissie meegemaakt over de kwestie of putten- en rioolvet gebruikt mocht worden als veevoedergrondstof… Niet verwonderlijk dus dat voor de rest van de wereld de Nederlandse agrofoodsector gezien wordt als hèt voorbeeld van een circulaire economie. Bijna alles wat voor mens en dier eetbaar is, gaat weer in de cyclus. Ook datgene wat we liever niet willen weten. Handel is handel.

Afgelopen jaren kwam naar voren dat onze retail grote hoeveelheden voedsel zou weggooien. Vooral versproducten. Ik moest weer even aan vroeger thuis denken. Het leek mij uiterst onwaarschijnlijk. Er kwamen allerlei initiatieven om deze verspilling in groene business om te zetten. Soep van onverkochte tomaten en kromme komkommers. Apps om de consument te wijzen op voordelige over de datum aanbiedingen. Kliekjeskookboeken en een online encyclopedie (kliekipedia.nl) over hoe je als consument kunt koken met hetgeen je niet opgegeten hebt. Onlangs mocht ik bij een retailer die meedeed aan zo’n experiment wat data over weggegooid voedsel inzien. Die hoeveelheden waren, voor vers product, marginaal. Geen soepje van te brouwen. De verkoop geschiedt dus met verbazingwekkende efficiëntie. Verlies door bederf is tot een minimaal percentage teruggebracht.

Waarom dan toch al die aandacht? In sommige segmenten, zoals de partycatering, is wel sprake van grote verliezen. Bij bruiloften en partijen is het uiterst lastig de hoeveelheid feestvoeding goed in te schatten. Na een middagje feesten is het beste van het voedsel er wel af en ander lek: op sommige scholen ligt er meer brood rond het schoolplein dan in de kantine. Maar dit zijn de uitzonderingen.

De populariteit van het issue – voorkomen van voedselverspilling – ligt in het feit dat je er eigenlijk met goed fatsoen niet tegen kunt zijn. Het issue politiseert niet. Het beschadigt niemand. Elke politicus kan stevig beleid aankondigen, elk bedrijf een nieuw initiatief lanceren en je krijgt altijd applaus. Collega Suzanne van der Pijll had het vijftien jaar terug al door. Ze werd ingeschakeld om een duurzaam voedselbeleid voor het toenmalige ministerie van Infrastructuur & Milieu te ontwikkelen (domeinverkenning Voeden, 2000). Het moest natuurlijk allemaal heel voorzichtig en politiek correct. Met een grijns meldde ze me: “…Ik heb voedselverspilling maar als centraal issue voorgesteld. Altijd goed, iedereen blij, geen risico voor het ministerie en doen ze toch wat.” Een typische ‘no regret’ optie, zo noemen we dat in ons jargon. Of zoals we vroeger leerden: baat het niet, het schaadt ook niet.


Bedankt voor je inschrijving!
Er is een ongeldig emailadres ingevuld. Terug